Kanban en de Melkboer

Lege flessen zetten de melkboer aan het werk

De melkboer is bijna uitgestorven, maar de manier waarop hij de vraag van de klant signaleerde – en daar op inspeelde – is nog altijd actueel. De melkboer kreeg in de jaren vijftig niet een wekelijks schema waarop werd aangegeven hoeveel melk er die week nodig was. Nee, gezinnen zetten eenvoudig een lege melkfles op de stoep en de melkboer vulde die. De lege fles was een visueel signaal dat de melkboer gebruikte om aan de vraag te voldoen. Als er geen lege melkflessen stonden, dan deed de melkboer niets. Stonden er twee lege flessen dan zette hij er twee volle voor in de plaats.

Kanban bij de melkboer

Datzelfde principe is ook het uitgangspunt van een pull-systeem, een productiesysteem dat in actie komt in reactie op vraag van de klant, een systeem dat veel efficiënter kan werken dan

Push systemen, die producten op grote schaal maken en de markt opduwen. Die productiemethode werd begin vorige eeuw groot gemaakt door Henry Ford.

Any Customer can have a car painted any colour that he wants so long as it is black

Het pull-systeem daarentegen is volwassen geworden in Japan. In een tijd dat melkboeren nog marktleiders waren bezocht de Japanse managementgoeroe Taiichi Ohno (1912-1990) de Verenigde Staten. Ohno was waarschijnlijk de beroemdste neef van Toyota-oprichter Sakichi Toyoda en speelde een belangrijke rol in de opbouw van Japan na de Tweede Wereldoorlog.

Taiichi Ohno was naar Amerika gekomen om autofabrieken te bekijken, maar hij raakte het meest onder de indruk van de Amerikaanse supermarkten, de zelfbediening en de manier waarop ze bevoorraad werden.

Pull-systeem in de supermarkt

Ook nu nog kan de supermarkt de werkwijze van een pull-systeem illustreren. Op een drukke dag in de supermarkt trekken klanten tientallen pakken melk uit de schappen. Voor de vakkenvullers is het halflege schap een teken (Kanban in het Japans) dat er moet worden bijgevuld. Dit eenvoudige voorbeeld illustreert het principe van een pull-systeem: nieuwe producten worden aangeleverd op het moment dat ze nodig zijn. Er wordt bijgevuld op basis van de vraag van de klant en niet op basis van een plan of een voorspelling.

Een leeg schap in de supermarkt is een visueel signaal dat aangeeft dat het productieproces dat eraan voorafgaat in gang moet worden gezet. Behalve een leeg schap kan voor zo’n signaal ook een kaartje worden gebruikt of een lege plek op de vloer. Zo ontstaat een directe verbinding tussen de klant en de producent.

Referentie: Nieuwstadt, M. van. (2014). Pitstop. (2e druk). UNC Plus Delta.

Six Sigma
Menu